Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezegd, toen den 2den Febr. 1657 de Eerste Kameraar Mansfeldt geautoriseerd werd om van den rentmeester van Jerusalem op losrente te lichten ƒ. 1000 uit de kooppenningen van het land aan de Meern „in equivalent vande jaerlixe pacht vandien", om daarmee een andere obligatie af te lossen; de overschietende ƒ. 572 zou gemortificeerd blijven om gebruikt te worden tot afkoop van de actie, die wegens het missen van twee vischsteden op de Vischbrug krachtens een Stadsbrief van 1586 door de erfgenamen van Tonis Janss. gepretendeerd werd, waarvoor hun ƒ. 700 was toegekend *). Bij de belegging van de kooppenningen van land van het St. Nicolaas-klooster, 18 Jan. 1658 door den Raad bevolen, werd eveneens uitdrukkelijk vermeld, dat/. 1400 ervan „op 't corpus vande Stadt" moest worden belegd, „renderende tjaerlix provenue vant selve landt", terwijl de overschietende ƒ. 156,10 st. gemortificeerd zou worden en door den rentmeester Ram aan den Kameraar Mansfeit moest worden betaald J).

Met een enkel woord den stand van zaken samenvattende, waartoe het ten slotte gekomen was, constateer ik, dat de bagijnenconventen door den Raad werden geregeerd, dat over hunne goederen door den Raad beschikt werd, dat de administratie door hem werd gevoerd, dat de inkomsten ervan werden besteed naar zijn goeddunken, dat hij dit alles deed niet als eigenaar der conventengoederen maar als regeerder der conventen, en dat hij daarbij in geenerlei opzicht gebonden was, omdat in hem de hoedanigheden van administrateur of directeur en Overheid vereenigd waren.

Praktisch gesproken was er derhalve geen verschil tusschen de conventengoederen en de Stadsgoederen: over beide kon de Raad even vrijelijk beschikken; de grond daarvan was evenwel voor beide soorten verschillend. W. i. w. was de Raad in zijn dispositie over de conventengoederen naar recht gebonden aan de pieuze bestemming ervan, als geestelijke goederen, maar feitelijk was deze gebondenheid er slechts op het papier, daar het juist de Raad zelf was, die bepaalde wat al af niet pieus

I) Vroedsch. resol.

Sluiten