Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds voordat de Overheid het goed recht der Reformatie erkend had, waren er naast de Katholieke Kerk kerken gevormd op den grondslag der gereformeerde belijdenis, die met elkander in synode bijeenkwamen tot regeling harer gemeenschappelijke belangen; doch deze kerken onder het kruis waren rechtens niets dan door de Overheid ten strengste verboden vereenigingen, die uit den aard der zaak geenerlei rechtsgeldig besluit konden nemen; reformatie binnen de Kerk was a fortiori ongeoorloofd.

Langzamerhand keerde echter het blad. Niet alleen werd het toegelaten, dat zich nieuwe kerken vormden, maar ook werd het aan de ongereformeerde kerken vergund zich te reformeeren in leer, ceremoniën en organisatie, en de fondsen, van ouds door haar gebruikt, aan te wenden voor haar thans gereformeerden dienst. Het recht op reformatie werd door de Overheid uitdrukkelijk erkend. Of een kapittel, een klooster, een parochie, een pastoor, een vicaris zich wilden reformeeren, moesten zij zelve weten: de Overheid verbood het hun niet en dwong er hen evenmin toe. Het duurde evenwel niet lang, of deze vrijheid werd omgezet in een plicht: reformatie werd Christelijke eisch gerekend en derhalve, zoo ze niet vrijwillig geschiedde, van overheidswege afgedwongen. Geen kapittel, geen klooster mocht in zijn kerk meer den ongereformeerden dienst doen plaats hebben, geen pastoor mocht iets zeggen of doen wat specifiek Roomsch en niet in het Oude of Nieuwe Testament gefundeerd was, geen vicaris mocht de in de vicariestichting voorgeschreven Roomsche ceremoniën verrichten.

Sedert de reformatie verplicht was gesteld, was het de Overheid , die bepaalde, hoe ze geschieden moest: zij besliste wat al of niet eisch der H. Schrift was. Zóó alleen kon eenheid in de leer, de ceremoniën en de inrichting der kerken worden verkregen, en konden kerken, die zich niet Calvinistisch wilden reformeeren en zich afzonderlijk wenschten te houden, gedwongen worden zich naar de strikt Gereformeerde kerkorde en in het synodale verband te schikken. Zonder het partijkiezen door de Overheid ten gunste der Gereformeerde religie was elke kerk vrij zich te reformeeren zooals zij verkoos en zich met andere kerken in eenig verband te begeven. De kerken

Sluiten