is toegevoegd aan uw favorieten.

Practische handleiding ter beoefening van de Spaansche taal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In betoonde lettergrepen, in gesloten lettergrepen en vóór rr als de onvolkomen e:

temer, vreezen; corner, eten; teoho, plafond; el mes, de maand; pensar, denken; perro, hond; errar, du-alen.

Als slotletter echter, indien er de klemtoon op valt, als onze volkomen e (maar zonder toevoeging van een j, zooals wij doen in woorden als zee, mee):

pie, voet; amaré, (ik) zal beminnen.

De betoonde e in open lettergreep vóór een enkele r, eveneens als onze volkomen e: pero, maar-, espero, ik hoop.

7. I als de Fransche klinker i, nooit als onze i in kind, of als de Fransche i in tien:

e! tlo, dc oom; la tla, de tante; el sobrino, de neef; la sobrina, de nicht; tierno (spr. tiërno), teer, zacht; la tienda, de winkel (vooral niet tjemo, tjenda).

8. 0 meestal als onze onvolkomen o, met een tintje van de Fransche o in votre, bosse; maar op het eind van een woord als onze volkomen o, evenzoo in open geacc. lettergr. vóór 111:

el primo, de neef; el estado, de staat; el rostro, liet gelaat; los, de, uirv. (niet als ons adjectief los); dos, twee; pronto, spoedig; dotado, begaafd; ladrón, dief; el contorno, de omtrek; valeroso, moedig; como, als.

N.B. De o van no, niet, neen, is steeds onvolkomen.

9. U steeds als oe (evenals de Dnitsche u):

cuatro, vier; agua *), water; lengua *), taal, tong; antiguo *), oud; dudar, twijfelen; seguro, zeker; guardar, bewaren, verzorgen; puro,zuiver; duro, hard; mudo, stom; cuadrado, vierkant.

Na een g is zij somtijds stom, bijv. guerra, oorlog; aguila, arend (zie beneden bij de g).

*) De g op Fransche wijze uit te spreken.