Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

comerciantes (comerciante, loopman), vosotros — sastres (sastre, kleermaker), ellos — carpinteros (timmerlieden), ellas — costureras (naaisters), ustedes — pintores (pintor, schilder).

7. El senor es rico, de heer is rijk;

la senora es rica, de dame is rijk;

los senores son ricos, de heeren zijn rijk;

las senoras son ricas, de dames zijn rijk.

Regel VI. Het bijv. nw. (adjetivo) komt in geslacht en getal overeen met het zelfst. nw. of voornw. waarbij het behoort.

Regel VII. Men vormt het vrouwelijk der bijv. nw. op o door O te veranderen in a.

Regel VIII. Men vormt het meervoud der bijv. nw. evenals dat der zelfst. nw.

8. Espanol, espanola, espanoles, espaholas, Spaansch, portugués, etc. Portugeesch, Portugees. [Spanjaard. holandés, holandesa, holandeses, holandesas, Hollandsch, . andaluz, etc. Andalusisch, Andalusi'èr. [Hollander. inglés, inglesa, ingleses, inglesas, Engelsch, Engelschman. aleman, alemana etc. Duitsch, Duitscher.

francés, francesa, franceses, francesas, Fransch,

\_Franschman.

Regel IX. De bijv. nw., die de nationaliteit aanduiden, doen tevens dienst als volksnamen.: un holandés, een Hollander, una holandesa, een Hollandsche; la lengua holandesa, de Hollandsche taal.

Regel X. Deze bijv. nw. krijgen als zij op een medeklinker eindigen, in het vrouwelijk een a.

Sluiten