Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lección Tercera.

Los Casos (de Naamvallen). Presente de estar. Ser y Estar.

1. La casa, het huis; El padre, de vader.

de la casa, van het huis; del padre, van den vader. a la casa, aan het huis ; al padre, aan den vader. El ave, de vogel; Lo bueno, het goede.

del ave, van den vogel; de lo bueno, van het goede. al ave, aan den vogel; a lo bueno, aan het goede. Las casas, de huizen; Los padres, de vaders.

de las casas, van de huizen; de los padres, van de vaders. a las casas, aan de huizen; a los padres, aan de vaders.

Las aves, de vogels.

de las aves, van de vogels.

k las aves, aan de vogels.

Regel I- De 2« en 3« naamval der zelfst. nw. worden evenals in het Fransch gevormd door omschrijving met de voorzetsels de en a.

Regel II. De el ivordt samengetrokken tot del en a el tot al.

2. Presente de Amar, beminnen.

Singular. Plural.

nosotros i

Yo amo. amamos.

nosotras

vosotros |

tu amas. ■ amais.

vosotras

él ama. ellos aman.

ella ama. ellas aman.

usted ama. ustedes aman.

Sluiten