Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regel III. De vrouwelijke vorm van nosotros en vosotros is nosotras en vosotras.

Regel IV. Het accent blijft in iederen tijd van het ww. liggen op de lettergreep, die in den eersten persoon enk. het accent heeft, dus amo, amas, ama, aman; maar in den tegenw. tijd len en 2en pers. mrv. valt altijd het accent op den uitgang, dus : amamos, amais.

Regel V. Als amar worden vervoegd alle regelmatige werkwoorden op ar (le vervoeging).

Ejercicio 14. Ter vervoeging:

El presente de amar; buscar, zoeken; hallar, vinden; llamar, roepen; tomar, nemen; mirar, kijken; admirar, bewonderen; comprar, koopen.

3. Busco a mi hermano, ik zoek mijn broeder.

Busco mi libro, ik zoek mijn boek.

Ama a su hija, hij bemint zijn dochter.

Llama a sus hijos, hij roept zijn zoom.

Tengo un hermano, ik heb een broeder.

Regel VI. Als het lijdend voorw. een persoonsnaam is, plaatst men er a voor, behalve bij het ww. tener, hebben.

Ejercicio 15. Vervang zoo noodig het streepje door het voorzetsel (la preposición) a:

La madre ama — su hija. Los padres aman — todos (aZ) sus hijos. Ella busca — su amiga. ^Porqué (waarom) Harnas — el nino? No hallo — mi sombrero (hoed). iPorqué toma él — mi libro? Tengo todavia (nog) — mi padre y madre. Admiramos — el héroe (held). No llama su hija? Admiro — tu padre. El albanil llama — su her-

Sluiten