Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ejercicio '23. Tema.

Mijn huis en dat van mijn vader hebben vele vensters. Zijn er vele kooplieden in deze stad? In deze stad zijn (er) weinig kooplieden, maar veel werklieden: er zijn timmerlieden, metselaars, schilders en andere. Er zijn ook vele ambtenaren. Dit is mijn huis en dat is dat van mijn zwager. Mijn oom was advokaat en mijn neef was dokter. In de benedenverdieping van dat huis zijn (er) een eetkamer, een keuken, een slaapkamer, een voorvertrek en een salon. De voorgevel van zijn huis is wit. Dit is mijn zuster en dat is haar vriendin. Dit zijn mijne boeken en dat zijn mijne pennen. De jalousieën van dit huis zijn altijd gesloten. De treden der trappen in dit groote huis zijn breed. Wij spreken daarvan niet. Dat beviel zijn vader niet. Op den zolder zijn twee dakkamertjes. Hoeveel verdiepingen heeft dit huis? De deur en de vensters van dat huis waren gesloten. In de zaal is (er) een hooge schoorsteen. Waar is mijn kamer en die van dezen heer? Mijn moeder en die van mijn vriend zijn in deze kamer. Zijn huis en dat van zijn broer zijn mooi en groot. Ik koop een nieuw tapijt voor mijn salon. Wij spraken van den vrede van Parijs en zij spraken van dien van Frankfort (Franeoforte). Dit is het huis van mijn oom en dat is het van mijn schoonvader. Deze gordijnen zijn niet wit. In deze slaapkamer staan twee groote bedden. In dat dakkamertje woonde een arme dichter. Het kind van den dichter zat op den vloer der kamer. De dame was met haar echtgenoot en haar kinderen in de huiskamer en de bedienden waren in de eetkamer of in den kelder.

Sluiten