Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Deze woorden doen ook dienst als zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden (pronombres posesivos):

Mi padre v el suyo. mijn vader en de zijne (hare).

Hablo de tu hennano v del ik spreek van uw broer en van mio (del suyo, del nuestro. den mijnen (den zijnen, etc.). haren, den onzen, enz.).

Este cuarto es mio. deze kamer is van mij*) (of

is de mijne).

Esta capa es suya. deze mantel is van hem (of de

zijne).

c. Mi sobretodo v (mis) mijn overjas en mijn hand-

guantes, schoenen.

Tu persona y (tus) facul- uw ptrsoon en uwe vermogens. tades,

Hu palacio v (sus) casas de zijn paleis en zijn buitencampo, plaatsen.

Regel IV. Gewoonlijk wordt in het Spaanseh het adjectivo posesivo niet herhaald.

3. Vervoeging (Conjugación).

1» Conjugación. 2a conjugación. 3» conjugación.

Illlinitivo, Onbep. toijs.

Hablar. spreken. Comër, eten. Vivlr, leven.

Gernndio. Hablaildo, sprekende, comiëndo, etende, viviëndo, levende.

Participio.Hablado, gesproken. eomïdo, gegeten, vivfdo, geleefd.

*) Dit ines is Tan Jan, este cuchillo es de Juan ; dit boek is van U, este libro es de V.

Mijn vader en de uwe, mi padre y el suyo; of ter vermijding van dubbelzinnigheid : mi padre y el de F. Evenzoo: Este es su libro y aquel es el de ella, dit is zijn boek en dat is het hare; esta es su casa y aquella es la de ella, dat is zyn huis en dat is het hare. Het gebruik der woorden el suyo, la suya zou deze zinnen onduidelijk maken.

Sluiten