is toegevoegd aan uw favorieten.

Practische handleiding ter beoefening van de Spaansche taal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigste. De knaap verliet de school op twaalfjarigen leeftijd. Het meisje was zes jaar, toen (2 haar moeder (i stierf. Hoe oud is dit kind? Op twintigjarigen leeftijd vertrok hij naar (salir para) Frankrijk. Hoe oud was uw oom, toen hij stierf? Hij was 56 jaar. Op zesjarigen leeftijd werd het kind naar (de) school gezonden (mandar).

4. ^ Qué dia del mes tenemos Welken datum hebben wij hoy ? / van daag f

of Trieer gebruikelijk: /•

l A cuantos (del mes) esta- ] Den hoeveelsten hebben wij mos hoy? j van daagf

Tenemos el primero, el dos,

el tres, el veinte, el treinta j

y uno; f Wij hebben den eersten,

beter: Estamos a primero, a ( den tweeden, den derden enz. dos, a tres, a veinte, 4 treinta j y uno; /

Tenemos el primero, el dos \

etc. de junio de 1904. I Wij hebben den eersten, den

beter: Estamos a primero, a V tweeden enz. Juni 1904. dos etc. de junio de 1904; /

Estamos en el ano (de) 1904. ^ . , , ....

. . . ,, v - I W<^] zijn vn het begin (het

a pnncipios (a medxados) de idd j , 190,

t I /lltUUt/fll l/tli/t tJ ULIbC It/V/T.

junio. j

Regel. Ter aanduiding van den datum gebruikt het Spaansch (evenals het Fransch) het hoofdtelw., behalve in: el primero.

N. B. Den datum aan het hoofd vau brieven geeft men gewoonlijk aan op de volgende wijze: Madrid, 22 de Junio 1904. In handelsbrieven ook wel aldus: Madrid y Junio 22 de 19U4; of Madrid, 22 Junio 1904; of Madrid 22/6/1904.