Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ejercicio 51. Ter vertaling:

a. Preguntó. Preguntaron. Bebera. Sorprenderfamos. Tosó. Debf. El dependia. Cubriste. Cubrió. Cubriran. Describiriais. Percibira. Anadiré. Mantendré. Habriamos amado. Habran sorprendido. Hube. Tuvo. Hube debido. Hubiste comido. Habriamos escondido. Guardarfamos. Habréis hablado. V. hablaria. Percibiriais. V. vivira.

b. Ik koop. Je verkocht. Hij ontving. Het heeft behaagd. Wij hadden beschuldigd. Gij hadt verontschuldigd. Zij zullen bezoeken. Ik zal gevreesd hebben. U zou wonen. Hij zou gedronken hebben. Ik loop. Ge moest. Hij vertrok. Wij hebben gezocht. U had gevonden. Gij hadt gesproken. Hij zal roepen. Wij zullen gekeken hebben. Zij zouden bewonderen. Gij zoudt bemind geworden zijn. Het zal gevonden worden. U zal roepen. U zal bewonderd worden. Hij zorgde. U werkte. Wij zijn aangekomen. Wij zullen aangekomen zijn. Gij (mrv.) waart toegeloopen. Gij zoudt toegdoopen zijn. Zij zullen schrijven. U zou bemerken. Gij zoudt bemerkt hebben. Ik zal zijn. U zou zijn. Wij zullen hebben. U zal gehad hebben. Gij zoudt gehad hebben. U zal geroepen worden. Hij zal geroepen geworden zijn. Zij zullen aangekomen zijn. Wij zouden aangekomen zijn. (Zie dr

Aanteekening op hladz. 31).

6. Vocabulario.

la fecha, dr datum. con fecha de, dato. la época, het tijdvak. el 15 próximo. den 15den a..?. el 15 próximo pasado, den 15den l.l.

la intervención, de tusschenkomst.

la obra, het werk. los auspicios. de beseherming. bajo los auspicios de, onder beseherming van.

Sluiten