is toegevoegd aan uw favorieten.

Practische handleiding ter beoefening van de Spaansche taal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te miro, ik zie u aan.

No me mires, ^ ^ mij ^ mn

No me mire V. '

Nos ha mirado, hij heeft ons aangezien.

N.B. Als het ww. het eerste woord van den zin is, ka» het voornw. ook achter het ww. geplaatst worden : • Buscaronle (of le buscaron) por toda la ciudad.

e. Men moet zooveel mogelijk de herhaling van Vd. vermijden, en als het lijd. of belangh. vw. is, het vervangen door le, la, los, las, les:

Senor, cuando he visto (gezien) a \ . esta manana, le he dicho (gezegd) que el negocio (zaak), de que {van welke) le habia hablado, estaba concluido (afgedaan).

Men moet echter steeds zorg dragen, dubbelzinnigheid te vermijden; van de omstandigheden zal dus afhangen of men zal zeggen: Le ruego a V. que me diga, of le ruego que me diga (ik verzoek U mij te zeggen); Iré a ver(le) a V., of iré a verle (ik zal u komen (gaan) bezoeken).

Ejereieio 73.

Be ontkennende zinnen bevestigend maken en dr bevestigende zinnen ontkennend :

Préstame tu libro.

Préstele V. su libro.

Prestémosle nuestro libro.

Prestadme este dinero.

Présten le Vds. estos libros.

No me mires.

No le mire V.

No le miremos.

No nos miréis.

No me miren Vds.

No me hables (habléis, hable V., hablen Vds.) de estos assuntos.