Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regel II. Het duldt evenmin als hel betr. vrnw. que het voorz. a voor zich ter aanduiding van het lijdend voorwerp, dus:

^ Que senor ha visto \ . ? {niet', a (jué senor).

2. ^Cual es su deseo? Wat is Uw wensch?

i Cuales sou sus deseos ? Welke zijn Uwe wenschen f

l Cual es su capa de \ . ? Wat is Uw mantel f

i Cuales son sus botas de V. ? Wat zijn Uw bottines ?

<:,Cual (liever: quién) es ese Wie is die heer (die dame)? senor (esa senora) ?

i Cuales (lieven-: quiénes) son Wie zijn die heeren (die dames)? esos senores (esas senoras)?

Regel III. Voor het werkw. ser luidt ons vragend voomw. wat (= welk): cu&l, mrv. cuales. Ons woord wie wordt dan het best terugrjigeven door: quién, mrv. quiénes.

^•B. Cual, mrv. cuales (zonder accent) beantwoordt ook aan ons: zooals, gelijk, hoedanig.

Este vestido es cual vo lo Deze japon is zooals ik (ze) deseaba. wenschte.

Estos guantes son cuales yo Deze handschoenen zijn zooals los deseaba. (gelijk) ik ze wenschte.

Esta corbata es cual yo la Deze das is zooals ik (ze) deseaba. wenschte.

Estas botas son cuales yo Deze laarzen zijn zooals ik las deseaba. (ze) wenschte.

Cual schikt zich dus naar het woord waarop het betrekking heeft.

b. 4 Quién se lo ha dicho? Wie heeft het hem gezegd? ^ De quién se trata Van wien is er sprake ?

Aquien debemos la victoria? Aan wien zijn wij de overwinning verschuldigd'?

Sluiten