Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ A quién ha visto V.? Wien liebt gij gezien?

• Con quién ha viajado V.? Met wien hebt gij gereisd?

Quién(es) son estos ninos Wïe zijn deze knapen (deze (estas ninas)? meisjes)?

Regel IV. Het vragend voornw. voor personen is quién, mrv. quién(es-) Het is steeds zelfstandig en kan zijn: onderwerp, predicaat, lijd. voorw., belangh. voorw., bep. na een voorzetsel.

N.B. De genitief van quién, nl. cüyo(s), cüya(s) wordtin poëzie somtijds gebruikt vóór het ww. ser om bezit aan te duiden: Cuyo es este campo ? cüya es esta casa ? In proza zegt men steeds: i De quién es este campo, rsta casa?

Ejercicio 89. Ter vertaling:

Wat voor bloemen zijn dat? Waarover handelt dit boek. Wie kent gij in deze kleine stad? Wie is die dame, wier zonen u bezocht hebben ? ^ at eet de koe. W ie is er gekomen? Wie is naar Spanje vertrokken? Van wien hebt gij gesproken? Van wiens zoon hebt gij gesproken? Van wien is dit boek? Van wien zijn deze handschoenen? Welke dame hebt gij gezien? Ziehier een hoed, zooals ik hem wensch. Welke is deze rivier (rio)? Wat is uw overjas, deze of die ? Wie van deze heeren is uw schoonbroerie van deze dames is uwe schoonzuster? Welk van deze kinderen is de kleinzoon van den heer N. ? Welke zijn de voornaamste deelen van het menschelijk lichaam. W elk laken kiest u voor uw jas? Wat is een zelfstandig naam• -vftl" Wat is geslacht, wat getal, wat naamval? Ik weet («é) niet, wie u dat gezegd heeft. Wat is mijn hoed en wat is de uwe? Van wien is deze schilderij? Welk is het kleinste werelddeel en welk is het grootste? Welke is de gezondste provincie van ons land? Hoe laat is het? Welken dag van de maand hebben wij vandaag?

Sluiten