Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

el cajero, de kassier. la caja, de kas. el ladrón, de dief. la orden, de order, de ridderorde.

sus gratas órdenes, uwe geëerde orders. el dano, de schade. el embalaje, de verpakking. el bulto, het colli, de baal, het pak, enz. el consumo, het verbruik. la satisfacción, de tevredenheid.

el género, de (koop)waar. la ventaja, het voordeel. el gobierno, het gouvernement. el ayuntamiento, de gemeenteraad.

la presidencia, het voorzitterschap.

el acta, f, de notulen. la aclaración, de opheldenng, verklaring. el propósito, het voorstel. el Consejo, de ministerraad. el imperio, het rijk. el magistrado, de magistraat. el pueblo, het volk. el mal, het kwaad, de ramp.

amanecer (Cl. III), den morgen beleven. nacer (Cl. III), voortkomen. rogar (Cl. II). verzoeken. probar (Cl. II), bewijzen. dispensar *) vergeven. manifestar (Cl. I), toonen. descuidar, verwaarloozen. aprobar (Cl. II), goedkeuren. llevarse, meenemen.

11evar el nombre, den naam dragen.

celebrar sesión,zitting houden. asistir, aanwezig zijn. contestar, antwoorden. no dejar de, niet nalaten te. existir, bestaan. destinar, bestemmen. premiar, beloonen. constar de, bestaan uit. durar, duren. adular, vleien. experimentar, ondervinden. procurar, zorg dragen. hacer (v. irr.) uso de, gebruik maken van. en esa, in uwe stad. en lo sucesivo, in het vervolg. con esmero, met zorg.

*) De ww., waarbij in den Vooabulariü niets bijzonders vevmpld staat, zijn regelmatig.

Sluiten