Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aca, hier(heen). abajo, beneden.

allé,, daar(heen). delante, vóór.

aculla, „ detras, achter.

cerca, dichtbij. encima, er op.

lejos, ver(af). debajo, er onder.

donde, waar. junto, er bij.

adonde, waarheen.

De tiempo:

Hoy, ayer, anteayer, manana, ahora (nu), antes [vroeger], después (daarna), entonces (toen), luego 1«. dadelijk, 2». later, in het vervolg*) 3o. dus; tarde (laat), temprano (vroeg), presto (gauw), pronto (spoedig), siempre, nunea, jamas, ya (reeds). mientras (terwijl, intusschen), aün, todavia, hogano, **) antano **) (verleden jaar).

De modo:

Bien, mal, cómo, asf (aldus), apenas (nauwelijks), quedo, (zachtjes), recio (hard, sterk), duro (hard), despacio (langzaam), alto (luid), bajo (zachtjes), adrede m aposta (het laatste minder gebruikelijk) (opzettelijk), buenamente, malamente. etc.

De cantidad:

Mucho, poco, muy, casi, harto en bastante (genoeg), tan, tanto, cuan, cuanto, nada, sólo (slechts).

De comparación:

Mas, menos, mejor, peor, tan, tanto, cuan, cuanto.

De orden :

Primeramente (ten eerste), ültimamente (ten laatste), sucesivamente (achtereenvolgcm), antes (eerst), después (vervolgens).

*) De tweede beteekenis heeft het met een futuro ; dus : luego voy, ik ga dadelijk. Luego te lo diré, ik zal het u later zeggen.

**) Hogano en antano worden thans nog maar weinig gebruikt en alleen in gemeenzamen stijl.

Sluiten