Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer wij verdienen. Hoe meer zij hem zien, hoe meer zij verlangen hem te zien. Hoe meer men studeert, hoe meer men de noodzakelijkheid inziet (conocer) te studeeren. Hoe minder vlijtig (estudioso) gij zijt, hoe minder prijzen (elpncio) gij zult hebben. Ik werk te harder van daag, daar ik morgen niet zal kunnen *) studeeren. Hebt gij mijn schoonzoon niet gezien? Ik heb niemand gezien. Den geheelen nacht heeft hij niet geslapen. (In) den geheelen winter ben ik niet uitgegaan. (Het) goud is kostbaarder dan (het) ijzer. (Het) ijzer is nuttiger (het) goud. Hij heeft driemaal achtereenvolgens geweigerd. Hij heeft het mij al gezegd. Heeft hij het u al gezegd? Wij kunnen onzen ondergang al niet meer ontgaan. Wij zullen voortaan voorzichtiger leven. Ik zal met hem over de zaak spreken, ten minste als gij het goedkeurt. Jan, men roept u. Ik ga dadelijk. De redenaar zeide **): ik zal dadelijk besluiten, gunt (acordar) mij nog een oogenblik uwe aandacht. Ja wel, ja wel, ik begrijp u. Nu eens zingend, dan weer spelend brachten wij den namiddag door. Hij zal gehoorzamen, goedschiks, of kwaadschiks. Nu hij toch hier is, kan hij met ons mee eten. Wat is de mensch ondankbaar! Wat is dat meisje schoon! De moeder is even schoon als de dochter.

3. Verbos irregulares. Clase IV.

Tot deze klasse behooren uitsluitend werkwoorden van de derde vervoeging, zij hebben behalve dezelfde onregelmatigheden als de eerste klasse andere onregelmatigheden, waarvan wij hier een overzicht geven:

*) I'utui'o de poder, kunnen: podré, podras, podra, podremos, podréis, podran.

**) Pretérito de decir, zeggen: dije, dijiste, djjo, dijimos, dijisteia, dijeron.

Sluiten