Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

la carrera, de loopbaan. la asamblea, de vergadering. ante toda la asamblea, in de volle vergadering. la juventud, de jeugd. ia equivocación, de vergissing. el poder general, de volmacht. el resultado, de uitslag. el castigo, de straf, de kastijding.

el pretexto, het voorwendsel. el establecimiento, de inrichting, de instelling. la sentencia, de spreuk. la viuda, de weduwe. el huérfano, de wees. la amistad, de vriendschap. la concordia, de eendracht. el presentimiento, het voorgevoel.

desleal, oneerlijk. sedicioso, -a, oproerig. severo, -a, streng. numeroso, -a, talrijk. envidioso, -a, naijverig. maldiciente, kwaadsprekend. envidiar, benijden.

marcharse, heengaan. acrisolar, zuiveren (door vuur). elevarse, zich verheffen. perdonar, vergeven. acceder a, toestemmen in. castigar, straffen, kastijden. condolerse de (Cl.II), beklagen, medelijden hebben. entenderse (Cl. I), elkaar verstaan.

pertenecer (Cl. III), (toe)behooren. acordar (Cl. II), schenken. exponerse (verbo irr.), zich blootstellen. tener que (met inf.), moeten. librarse de, vrijkomen van,

behoed zijn voor. compadecer a, medelijden

hebben met. esto y lo otro, dit en dat,

het een en ander. de ninguna manera,geenszins. al contrario, integendeel. de buena gana, gaarne. con tiempo, bijtijds. por encima de. boven.

Ejercicio 121. Ter vertaling:

No consintamos nunca en que se nos insulte. Solo en este punto difiero de su opinión (de V.). No mientas porque es inütil; nadie te creera. No mintamos, que {want)

Sluiten