Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N.B. Satisfacer heeft in den Imperativo satisfaz of satisface; voor het overige wordt het geheel vervoegd als hacer. De vormen satisfaciëra en satisfaciêse (Subj. imperf.) en satisfaciêre (Subj. fut.) die men wel eens aantreft in plaats van: satisfieiëra, satisfieiêse en satisficicre worden afgekeurd door de Academia.

Ejercicio 151. Geef de volledige vervoeging van :

Hacer, rehacer, contrahacer en satisfacer.

Caer, vallen.

Ger. cayendo.

Part. caido.

lndicativo. Imperativo.

Presente. Pretcrito. Futuro.

Caigo cai' caeré

caes caïste etc. cae

cae cayó Condicional caed.

caemos caïmos caeria

caéis caïsteis etc.

caen. cayeron.

Imp.

cafa, etc.

Opmerkingen :

10. De Subj. pres. wordt weder regelmatig gevormd naar den Ind. pres. 1». pers. caigo. dus: caiga, caigas, caiga, etc.

2<j. Evenzoo het imperf. en futuro del Subj. naar het Pretérito 3» p. PI. cayeron, dus: cayera, cayese, cayere.

3o. De i van den uitgang verandert in y in hetzelfde geval als bij leer (ongeaccentueerde i tusschen twee klinkers), dus in cayendo, {cayó, cayeron en de van dezen laatsten vorm afgeleide tijden).

Sluiten