is toegevoegd aan uw favorieten.

Practische handleiding ter beoefening van de Spaansche taal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o. Hacer, traer, poner en tener eindigen in het pretérito la p. S. op onbetoonde e *).

hice, traje, puse, tuve.

4o. Haa r, poner, valer en tener hebben een onreg. futuro: (en dus ook een onreg. condicional):

hare, pondrê, valdré, tendrr (haria, pondria, etc.).

5°. Hacer. poner, valer en tener hebben een onreg. Imperativo sing.: haz, pon, val, ten.

N.B. Bij al deze werkw. worden de niet aangegeven vormen regelmatig afgeleid naar de vroeger gegeven regels.

Ejercicio 157. Ter vertaling (zoo mogelijk op meer dan ééne wijze):

Ik maak, gij maakt op nieuw, hij voldoet, wij vallen, gy brengt, zij leggen. Ik gaf de voorkeur, gij rangschikt et. hij getuigde, wij brachten in orde, gij steldet bloot, zij legden op. Ik heb tegenstand geboden, gij hebt voorgesteld, hij heeft verondersteld, wij hadden verplaatst, gij hadt de voorkeur gegeven, zij hadden samengesteld. Ik zal waard zijn, gij zult u onthouden, hij zal bevatten, wij zullen onderhouden, gij zult handhaven, zij zullen verkrijgen. Ik zou tegenhouden, gij zoudt ondersteunen, hij zou doen, wij zouden op nieuw doen, gij zoudt voldoen, zij zouden leggen. Doe, doet, leg, legt, bedien u, bedient u, heb, hebt, veronderstel, veronderstelt, verkrijg, verkrijgt, handhaaf, handhaaft. Doe niet, doet niet, leg niet, legt niet, verkrijg niet. verkrijgt niet, handhaaf niet, handhaaft niet. Dat ik valle, dat gij brenget, dat hij legge, dat wij de voorkeur

*) Zooals wij reeds vroeger gezien hebben, hebben zulke ww. in den 3en p. E. Pret. een onbetoonde o. De andere personen van liet Pretérito hebben de gewone accentuatie. Degene, die in den le. p. E. eindigen op j© missen evenals de ww. op ucir in den 3en p. mrv. de iT dus trajeron (evenals condujeron).