Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pluscuamp. habia helado. Pret. III hubo helado. Fut. heiara.

Fut. prrf. habra helado. Cond. heiaria.

Cond. pas. habria helado.

Pluscuamp. hubiera helado.

hubiese helado. Fut. helare.

Fut. perf. hubiere helado.

Ejercicio 171. Ter vervoeging-.

Amanecer, anochecer, llover, nevar, tronar.

Ejercicio 172. Ter vertaling:

Amanece, alborea, anocheci'a. escarchó, ha granizado, habfa vhubo) helado, llovera, habra lloviznado, nevaria, habria relampagueado, truene, venteara (ventease), ha\ a ventiscado, hubiera amanecido, hubiese alboreado, escarchare, hubiere granizado. Amanece, amanezca; anochece, anoehezea; hiela, hiele ; llueve, llueva; nieva, nieve; truena, truene; graniza, granice.

Het hagelt, het hagelde, het heeft gehageld, dat het hagele. De dag brak aan. De nacht viel. Het heeft gerijpt. Het regent. Er waait een sneeuwstorm. Vriest het? Het heeft gevroren en dezen nacht zal het weer vriezen (volver d helar). Kijk hoe het sneeuwt. Het dondert en bliksemt. Het zal regenen en waaien. Het zou hagelen. Ik hoop dat het vriezen zal. Het waaide niet. Het stortregende. Het zal stortregenen.

Opmerkingen, o. Als werkelijk onpersoonlijke werkwoorden worden ook gebruikt:

Ser, bijv. Es de dia, es de noche, es temprano, es tarde. Estar, „ Esta nublado, esta todavla oscuro.

Teinblar, „ l No sentis que tiembla? {voelt gij de aardbeving niet, voelt gij niet dat de grond beef '<?)

t

Sluiten