Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we hem gezien. Het is een maand geleden dat wij hem gezien hebben. Wij hebben hem in geen maand gezien (Het is een maand dat wij hem niet gezien hebben). Er zijn menschen die dat niet gelooven. Er zullen groote feesten zijn. Het is van daag vier maanden geleden, dat hij hier aankwam. Wij hadden hem in geen maand gesproken. Sedert eenige dagen verwachtten wij zijne aankomst. Hij heeft spijt over zijn misslagen. Hebt gij geen spijt over uw gedrag? Ik heb geen spijt het hem gezegd te hebben. Waarom zou ik spijt hebben de waarheid gezegd te hebben ? Het geschut donderde en de slag begon. Zijn oogen bliksemden, toen hij zijn vijand zag. Houd op (dejar)\ uw woorden maken mij koud. Hij ging gezond naar bed en was 's morgens ziek. Er braken betere dagen aan. Als de morgen aanbreekt, zullen wij ons op weg begeven (ponerse en camino). Heeft het al vijf uur geslagen? Neen, maar het zal dadelijk slaan. Het had acht uur geslagen, toen zij zich op weg begaven.

Verbos cuasi-impersonales.

(,Schijnbaar onpersoonlijke werkw.).

Acaecer i gebeuren, bijv. Acaeció (aconteció, sucedió que Acontecer | el rey murió al mismo dia que la

Suceder ^ reina.

constar, vast staan, bijv. Consta que no ha llegado. parecer, schijnen, bijv. Parece que se ha enfadado. poder ser, kunnen zijn, bijv. Puede ser que no consienta.

No puede ser (dat kan niet). seguirse, er uit volgen, bijv. De esto se siguió que mi her-

mano 110 podia haberlo dicho.

Sluiten