Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij elkander niet verstaan. Hij wilde geen brief teekenen^ dien hij niet gelezen had (subj. pluscuamp.). Het zal niet zijn voor het eind van het jaar, dat wij u zullen kunnen bezoeken. De matigheid van onze prijzen zal u er waarschijnlijk toe brengen een proef te nemen met onze artikelen. Hoe zou het mogelijk zijn, dat de boozen vriendschap hielden (subj.) met de goeden? Toorn en vrees maken dat wij alles zwart zien. Het is hier erg donker, men onderscheidt niets. De meeste menschen vleien zich eigenschappen te bezitten, die hun ontbreken. Hoe kan voor wijs doorgaan een mensch, die zulke dwaasheden doet! Het is duidelijk dat deze man weinig weet, want hij praat veel. Zonder krachtige middelen kan men dit kwaad niet genezen. Kent gij al de woorden van deze les van buiten? Ik ken ze nog niet van buiten, maar voordat ik aan het einde van de les gekomen ben (llegar, subj. perf.), zal ik ze allen kennen. Ieder weet, waar hem de schoen wringt. De morgenstond heeft goud in den mond. Zij kan hem niet luchten of zien. Zult u zorgen (ver), dat alles in orde is (subj. pres.)? In deze zaak zie ik niets, dat hem kan benadeelen. Zij wisten niet, wat u te antwoorden. Bijna iedereen streeft er naar meer te zijn dan hij kan. Wie veel praat, weet gewoonlijk weinig. Als ik wist waar hij zich bevond, zou ik hem bezoeken. Dit kwaad kon alleen genezen worden door krachtige middelen. Wij hopen, dat gij een kleine proef zult nemen met dit artikel. Indien ik hem zag, zou ik hem verzoeken, dat hij mij de waren spoedig zond (subj. imp.).

Ejercicio 178. Ter vertaling:

Ha visto cuanto (al wat) hay que ver y gozado cuanto hay que gozar. Mi suegra me ama como se podrfa amar a un dolor de muelas. Si vuelve V. k ver al Sr. N., déle

Sluiten