Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pretérito.

dorml

dormïste

durmió

dormïmos

dormïsteis

durmiëron,

mon

morïste

murió

morimos

moristeis

muriëron.

Snbjuntivo.

Presente.

duerma

duermas

duerma

durmamos

durmais

duerman.

muera

mueras

muera

muramos

marais

mueran.

Opmerkingen :

lo. De niet aangegeven tijden worden weder naar de bekende regels gevormd.

2°. Dormirse beteekent inslapen, in slaap vallen, bijv. El niïïo se esta durmiendo, se ha dormido.

Morirse (vgl. Fr. se mourir) beteekent: den dood naderen, den dood nabij zijn. Het kan nooit een gewelddadigen dood aanduiden, dus niet: se murió fusilado, maar wel: se murió (stierf aan, kwijnde weg aan) de tisis ó pulmonia (zie Ejercicio 195 van deze les).

Het part. van morir: muerto is tevens het part. van matar, doodt H (het part. pas. van matar in den zin van doodelijk vervelen is regelm., dus matado)-, bijv.:

Le ban muerto, men heeft hem gedood.

Matarse, zich zelf dooden, zich van het leven berooven, is regelmatig in het participio, dus:

Se ha matado, hij heeft zich van het leven beroofd, daar se ha muerto uitsluitend behoort bij morirse.

Sluiten