Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouwelijk:

de namen van vrouwen (Dolores, condesa), vrouwelijke dieren (vaca), de namen der letters (la a, la b).

N.B. Sommige woorden zijn gemeenslachtig, bijv. el y la testigo, de getuige; el y la martir, de martelaar, -es; el y la virgen, de reine jongeling, de maagd; el y la complice, de medeplichtige; el y la compatriota, de landgenoot(e), el y la consorte, de echtgenoot(e).

Sommige diernamen zijn, zonder van geslacht te veranderen, toepasselijk op het mannetje en het wijfje, bijv. el ratón, de muis, la perdi7., de patrijs.

2o. Naar den uitgang zijn

mannelijk:

De woorden op o, uitgez. la mano.

„ „ „ r, uitgez. la flor, la labor.

De eigennamen van landen, provinciën en steden, voorzoover ze niet op op een a eindigen (deze laatsten zijn vrouw.).

vrouwelijk:

De woorden op een onbetoonde a, bijv. el alma; uitgez.: el dia, el mapa (landkaart), el clima, el llaina [de lama; la llama de vlam), el gamuza [de gems), el aroma (het aroma), el planeta, el cometa (de komeet; la cometa = de vlieger), el problema, el tema, el oólera (de cholera; la cólera = de toorn).

De woorden op d, bijv. la altitud; uitgez.: el césped (de graszode), el ardid (de krijgslist), el ataüd (de lijkkist), el aspid (de aspisslang, soort adder), el laüd (de luit), el sud, el talmud.

De woorden op cion en sion, bijv. la acción, la excursión.

N.B. De zelfst. nw., die niet onder de bov nstaande regels vallen, hebben het geslacht der gelijkbeteekenende Franache woorden. De voornaamste uitzonderingen hierop zijn de volgende woorden:

El ataque (,l' attaque), el avestruz (l'autruche), el diente (la de. ut), el diquo (la digue), el yunque (l'ettclume, het aanbeeld), el éstasis (Vex.'use), el fraude (la fraude), el fin (la fin), el limite (la limite), el origen (/'origine), el tulipan (la tulipe), el talie (la taille), el valle (la vallée), el método (la méthode).

La ooi (le chou), la erin ó clin (le erin), la dióoesis (le diocese), la hiel (le fiel), la frente (le front), la leche (le lait), la liebre (le lièvre), la miel (le miel), la nariz (le nez), el orden, f. (l'ordre), la sangre (le sang), la sal (le sel), la gerpiente ó sierpe (le serpent), la senal (le signe), la suerte (le sort), la ïegumbre (le légume).

Het geslacht der overige woorden leert inen het best door het gebruik.

Sluiten