Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

villa, de onoverwonnen stad (bijnaam van Bilbao). - Aooger, ontvangen, hier: begroeten. — Abrazo, omarming. — Por parte de, van de zijde van, door. — Ser, wezen, persoon. — Traer, iets meebrengen.

Lección veinte j cuatro.

Recapitulación general.

Vocabulario.

La gente, de menschen. el sitio, de plaats.

insoportable, onuitstaanbaar, ondraaglijk. el propietario, de eigenaar. acabar por veni'r, eindelijk komen.

el talento, het talent. pasarse la vida, zijn leven

doorbrengen. capaz de, in staat te. flaco, -a, mager. casarse con, trouwen met. gordo, -a, dik. la mitad, de wederhelft. la carga, de last. perder alguno, iemand verliezen.

perder a alguno, iemand in het verderf storten. hacer fortuna, fortuin maken. sorprender, verrassen. catar la salsa, de saus proeven.

en alta voz, luide. el peluquero, de kapper.

la tintura, het kleursel. tenir, verven.

deconcertarse, van zijn stuk

raken.

avisar, waarschuwen. vamos a ver, laat zien. un sujeto, een persoonlijkheid. empenarse ó hacer \ zijn best empeno que (con ! doen dat. subj.),

sencillo, -a, eenvoudig. convertirse (C1.IV), veranderen. el borracho, de dronkaard. el sastre, de kleermaker. el zapatero de , de schoenportal, ' lapper. el zapatero remendón, id. enojarse por, zich boos maken. soporifero, slaapwekkend. el acto, het bedrijf. el espectador, de toeschouwer.

Sluiten