Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. De man en de vrouw zullen gaan ontbijten en toen de eerste de eetkamer binnenkomt (al entrar el primtro en el comedor), ziet hij de kat een van de carbonades opeten (ger. de comrrse) die op tafel staan.

De man, zijn echtgenoote roepend, schreeuwt:

— Kom gauw (tr. loop), Louise, kom gauw, [que] de kat eet jouw carbonade op (estarse comiendo).

21. Iemand (un individu») gaat een schilder bezoeken en zegt tot hem:

— Ik wensch dat U mij mijn portret maakt [sub].).

— Met veel genoegen.

— Zou U mij kunnen portretteeren met mijn pels?

— Dat zou ik meeneu Q ya lo creo!). Ik ben dierenschilder.

22. Een advokaat heeft een individu verdedigd en doen {part. pas.) vrijspreken, dat beschuldigd werd (van) een horloge gestolen te hebben.

— Toen het op honorarium aankwam {al tratar de los honorarios), zei de vrijgesprokene tot zijn advokaat:

— Ik ben een arme drommel, zonder een cent ,• maar als u het horloge wilt!...

23. Wat doe je, kindje (chiquita) ?

— Ik kleur de pop, papa.

— Waarmee (tr. met wat?)

— Met rum.

Met rum! Maar kind, hoe wil je dat door (tr. met) de rum de pop rood zal worden (Subj. pres. de ponerse encarnado, -a).

Waarom niet? Zegt mama niet dat door de rum uw neus rood geworden is (tr. u is geworden rood de neus)?

Sluiten