Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24. Tusschen kiezer en kamerlid:

Maar zei u mij niet, dat wanneer gij afgevaardigde

werdt (subj. imp. de salir), ik u zou kunnen vragen al wat

(cuanto) ik wou (subj. imp.).

Ja, mijnheer, maar ik zei u niet dat het u zou worden toegestaan.

25. Bij {en) een visite geeft een vriendelijk heer een ulevel aan het kind des huizes.

Fransje, roept zijn mama, wat zegt een welopgevoed

kind, wanneer men hem lekkers (un dulce) geeft ?

— Meer! antwoordt het kind.

Vocabulario II.

El desertor, de deseiteur. el condestable, de veldmaarlos puestos avanzados, de schalt:, de connetabel.

voorposten, el advenimiento ( de troonsintentar, voornemens zijn. al trono, 1 bestijging.

pasar mas alla de, voorbij acaso, misschien.

loopen. el soberano, de souverein.

el (la) centinela, de schildwacht, el macho cabn'o, de bok.

detener, tegenhouden. el mavordomo, de intendant.

Senor, Sire. agradecido, dankbaar.

turbado, bedremmeld. las malas manas, de listen, tratar (de), trachten. kunstgrepen.

variarse, veranderen. la servidumbre, het bediendendesertar, deserteeren. personeel.

encargar, aanbevelen, opdragen, el aguinaldo. de nieuwjaarsfooi, sobre todo, bovenal. het nieuwjaarsgeschenk.

estricto, strict. la reverencia, de buiging.

economla, zuinigheid. retirarse, heengaan.

informarse de, onderzoek doen el müsico, de muzikant.

naar. orgulloso, hoogmoedig.

Sluiten