Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestos cómicos y su oportunidad en acudir adonde hacfa falta. La parte que representaba Cominiyo en el drama desarrollado en el redondel era bien insignificante; pero él se mgeniaba para reilzar un papel tan seeundario, y cuando de los tendidos brotaban frases de elogio para el rapaz, sus macilentas mejillas se iluminaban con pasajero rubor de orgullo, y sus ojos negros, ricamente guarnecidos de sedosas pestanas, irradiaban lumbre triunfal.

(Continuard.) Emilia Pardo Bazéin.

Rinoón, hoek. — Arrapiezo, kereltje, ventje. — Conmover, medelijden inboezemen. — A lo sumo, op zijn hoogst. — Semilla, zaad, loot. - Germinar, ontkiemen. — Respecto ten opzichte van, omtrent. — Saoar de dudas, uit het onzekere helpen, allen twijfel ontnemen. — Sobreelhéroe oabe dieoutir, het begrip „held" laat ruimte voor discussie, over het wezen van den held kan men het oneens zijn (Véase Tomo I, p. 307). - Conoepto, opvatting, begrip. — Prohibir, verbieden. — Edifloante,stichtelijk.

— Aohioharrar, braden, roosteren. — El embrión de héroe, de held in den dop. _ Eatar al diapasón de, ter hoogte staan van. — Arraigado, ingeworteld. — Eferreacenoia, inwendig vuur. —Embriagar, dronken maken, üg. in geestdrift brengen. — Aludir d, zinspelen op, bedoelen.

— Aolamar, toejuichen. — Ensalzar, prijzen (in hooge mate). — Cundir, zich vermenigvuldigen, toenemen. — A la malioia, licht en dicht. istoso, prettig om te zien, effectvol. — Estrenar algo, iets voor het eerst <jebruiken, inwijden (oomp. fr. étrenner). — La gente torera, hier: de troep.

— Nos dió por jalearla, wij begonnen ze dadelijk toe te juichen. — Obsequiar, met voorkomêndheid bejegenen. — La palmita, dim. do palma, palm. Traer en palmitaa, op de handen draden. — Abrir & alguno cuenta en el oafé, iemand een crediet openen in het koffiehuis, iemands vertering in een caft (tot een zeker bedrag) voor zijn rekening nemen Abrumar, overladen. - Cautivar, inpakken. - Trato, omgang, manier van doen. — Afablo, minzaam. — Toaoo, boersch, landelijk. — Haoergracia, bevallen. — Ingenuidad, ongekunsteldheid. — Infantil, kinderlijk. —

Morlino, -a, moorsch, muzelmansch. — Arrostrar, trotseeren. Imp&-

vido, onverschrokken. — En suma, om kort te gaan, kortom. — De grato sabor naoional, zoo echt Spaansch. — Cobrar afioión d., genegenheid opvatten voor. — Desprendido, onbaatzuchtig. — Caritativo, gul. —

Sluiten