Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ez: lóbrego, embriagar.

eza: presto.

dad: bueno, ruin.

icia: perito.

itud: pronto, apto.

ación: admirar, confirmar.

miento: entretener, casar.

or: (ador, edor): tejer, grabar, dorar.

orio: dormir, escribir.

Ejercicio 37. Cuéies son los patronimicos formados de los nombres propiot siguientes'?:

^ Ruy, Pedro, Juan, Enrico, Jaime, Diego, Diago, Lope, Ferrando, (Fernando, Hernando).

Ejercicio 38. Decir el femenino de los sustantivos: Martir, intérprete, poeta, principe, emperador, héroe, abad, rey, canónigo, alcalde, barón, cantor, sacerdote, conde, actor, virgen, gigante, pariente, barón.

Ejercicio 39. Tema.

Zijn ouders zijn geen menschen van geld. De klokken werden met volle kracht geluid. Er gaat niets boven een goeden kruiwagen. Het is lood om oud ijzer. Ongelukkig hij, die op den grond ligt. Wie daar? Goed volk! Laten wij medelijden hebben met de ongelukkiger), die geen onderkomen hebben. Iedereen is meester in zijn huis. Ik zal niet dulden, zei de vrouw, dat gij dwaze verteringen maakt (snbj.) De vrouw heeft daar de broek aan. Heb je geld meegebracht? dat komt juist van pas. Hij behoeft (tener que) niets te vreezen: hij weet waar hij moet aankloppen. Wie opstaat is zijn plaats kwijt. Onze dichter Bilderdijk werd door sommigen verheven tot boven 't firmament, door

Sluiten