is toegevoegd aan uw favorieten.

Practische handleiding ter beoefening van de Spaansche taal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen gehaat (execrar) en verguisd (■detractar). De tegenspoed is de toetssteen der vriendschap. De koningin 'egde den eersten steen van de nieuwe Beurs.' Als ik de stad neem, zeide de aanvoerder, za! ik geen steen op den anderen laten. Een rollende steen ver/amelt geen mos. „ De steek" is een der aardigste verhalen van P. A. de Alarcón. De vreemdeling nam beleefd den hoed af. Wij zitten hier erg nauw. De jongeling verdiende zelfs het geld voor zijn sc oenen niet. Ieder weet waar de schoen hem wringt. Wij zullen de wapenen opvatten om ons dierbaar vaderland te verdedigen. Het geheele land (nacion) stond onder de wapenen. Wat scheelt er aan? [9,«] ge ziet zoo rood als vuur. A\ ij zagen weldra, dat wij uit den regen in den drop gekomen waren. Het meisje had schoone blauwe oogen. en wenkbrauwen en ooghaartjes (pestenas) zwart als ebbenhout. Ik heb weinig lust (gana) voor niet te werken. Het

werk krioelde van de fouten. Opgepast! (cuidado) het regent aaar klappen.

Aumentativos diminutivos y despectivos ó menospreciativos.

a. Aumentativos.

Hombre: Hombrón Mujer; Mujerona

hombrazo Mujeraza

hombracho Mujerota

hombrote

<>n (fem. ona) aumenta simplemente la idea del positivo.

Azo (f«.m. aza) expresa al mismo tiempo lo disfornie ó extremado.

Acho j ote (fem, aclia y ota) lo monstruoso ó ridfculo.