Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lección sêptima.

El régimen del adjetivo.

El régimen del adjetivo constituye para los extranjeros una de las mayores diticultades de la lengua espanola. La gramiitica no puede dar mas que unas reglas muy generales para el uso de las preposiciones con el auxilio de las cuales el adjetivo rige al nombre, pronombre ó verbo. He aquf una lista de adjetivos que se construyen con las preposiciones d, de, con, en, para.

a. Adjetivos que se construyen con a.

(En general los que denotan carino, adhesión y dependencia).

Accesible & todos, toegankelijk, genaakbaar voor allen

aoepto 4 nobleza y plebe, in tel, gezien bij adel en volk.

a eoto al rey, ^ gehecht, verknocht aan den koning.

" de Pulmonia' aangetast door longziekte.

agradeoido & los benefioios, dankbaar voor de weldaden.

agr.o al gusto, scherp v00f dm

„ de gusto, scherp van smaak.

amable é. (oon, para, para oon) todos, beminnelijk voor, jegens allen

apeteoible al gusto, aangenaam voor den smaak.

para los muohaohos, verlokkelijk voor de knapen.

benéfico (para) la salud, weldadig voor de gezondheid.

blando al taoto, zacht Qp hu

* de cardoter. zwak van karakter.

co .forme ê. (oon) su opinión, overeenkomstig (met) zijn meening.

„ oon otro en un parecer, overeenstemmend met een ander in

opvatting.

desleal & su rey, ontrrJUW (mn zjn ^

„ oon su amada, zijn beminde.

dóoil al mandato, gehoorzaam aan het bevel.

„ de oondición, zacht van w

" para aprender, leerzaam.

Sluiten