Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ejercicio 81. Tema.

Camz.

In Cadiz is alles wit, er is niets, dat niet wit is. De bewoners moeten een ware woede hebben om te (por) witten! En hoe zindelijk alles! Wat witte muren, op welker wit oppervlak geen spoor verschijnt (nipor asomo apercce ninrjuno) van die vuile opschriften, die de schande zijn van de steden, die voor het beschaafdst willen doorgaan.

De stad (65,000 inwoners) biedt een bijzonderen (sup. abs.) aanblik; de straten zijn recht, nauw en lang, en in de voornaamste verkeerswegen zijn de balkons afgeschoten door (nsguardado por) glazen belvédères, die van (desde) het plat tot beneden toe (a los bajos), elkaar onafgebroken opvolgen en als 't ware een reusachtige bonheur-spiegel (un gigantesco delantero de escaparate) vormen (ger.). In de huizen die geen belvédère hebben, kan men alle balkons en vensters versierd zien met bloempotten, terwijl de zonneblinden onveranderlijk groen zijn, hetgeen den bevalligsten aanblik oplevert (ger.)Er zijn weinig merkwaardige gebouwen, buiten de Kathedraal, met haar vergulden koepel, en haar grandioos ziekenhuis, een der beste van Spanje; maar talrijk zijn de particuliere huizen van aangenaam voorkomen, de vroolijke pleinen, de drukke wandelplaatsen, zooals de Muralla de Mar. Overigens geen herinnering aan het (del) phenicische en Carthaagsche (fenicio y cartaginés) Oadir (m), noch aan het Romeinsche Gades(f), noch aan het Arabische Cadiz (ƒ), Alles wat er is, klimt hoogstens op tot de 16e eeuw, en is voor het meerendeel ('betrekkelijk modern. Geen wonder (no es extrano): Cadiz heeft zeer veel {sup. abs.) geleden in de oorlogen der 17e, 18e en 19e eeuw.

Alle huizen hebben op (en) het plat een torentje, wat

Sluiten