Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

el retablo mayor, het altaarstuk.

el pülpito, de kansel, preekstoel.

la silleria, de rij banken. la raaestranza, de construclir-

winkel, het arsenaal. la insuticiencia, de onvoldoendheid.

la prosperidad, de bloei. el platano, de plataan. el sauce, de wilg.

el roble, de zware eik, de steeneik.

la rareza, de zeldzaamheid. el barco, de boot.

la fabrica de loza, de aardewerkfabriek. la fundición, de gieterij. el taller de ma-1 de machine-

quinaria, 1 fabriek. el aguardiente, de brandewijn.

hilados de j geweven kaalgodón y dej toenen en lana, ) wollen stoffen. fabricas de teji- ° garen- en dos de hilo y zijdespinneseda. ' rijen. el término, liet einddoel. la mezquita, de moskee. decantado, welgeprezen. avergonzado, beschaamd.

frondoso, lommerrijk. desierto, verlaten.

aletargado, in doodslaap verzonken. hacer alto, halt houden. despachar, afdoen.

proseguir la marcha, den tocht voortzetten. recorrer, bezoeken, afloopen. superar a, overtreffen. ponderar, bovenmate prijzen. realizar, verwerkelijken. antojarse a alg., iemand toeschijnen, lijken. imaginar, uitdenken.

constar, vaststaan.

fiarse de, afgaan op.

traer disgustado ( iemand a alguno ' hinderen. frecuentar, (druk) bezoeken. sombrear, beschaduwen. mecerse, wiegelen. (Véase

Tomo I, pag. 187). reparar, opmerken.

ir a la compra, de dagelijksche

inkoopen (gaan) doen. caber, toekomen. (Véase

Tomo I, p. 307, 308). permanecer, blijven. trasladarse a, zich begeven naar. valer, baten.

con pesar, met leedwezen.

Sluiten