Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Ik heb uit 's lconings mond de belofte ontvangen, dat hij mij te gelegener tijd tot zich zou roepen.

3. De reiziger van het huis N. en Co. heeft het grootste deel van ons land bereisd.

4. Gij zult er niet in slagen hem te bekeeren.

5. De apostel knielde neder en was weldra in het gebed verzonken.

6. Er zullen wonderen geschieden aan degenen, die in hunne nooden Mijn naam zullen aanroepen.

7. Toen de held dit gezegd had, verliet hij de zaal.

8. Op de plaats, waar de apostel de verschijning gezien had, werd door de bekeerlingen een kapel gebouwd.

9. Zaragoza is het tooneel geweest van menigen strijd (pl.).

10. Dank zij de edelmoedigheid van Uwe Majesteit, heb ik aan niets gebrek.

Lección quince.

El Indicativo y el Subjuntivo (Pin).

c. El Modo en la proposición adverbial.

1. Indicativo y Subjuntivo después de la conjunción si condicional.

(Subjuntivo hipotétici).

Si eres mi ami^o. debes A ls nrt mi'Aon «/if mnnci

o / fj J "Vv »| iim/v»

decirme la verdad

Si es verdad lo que V. dice, estoy perdido.

Si me dices (ó dijeres)la verdad, no te castigaré.

Si graniza (ógranizare) manana, nos quedaremos en casa.

gij mij de waarheid zeggen.

Als het waar is, wat gij zegt, ben ik verloren.

Als gij mij de waarheid zegt, sal ik U niet straffen.

A Is het morgen hagelt, zullen wij thuis blijven.

Sluiten