Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. De minister beloofde dat hij te gelegener tijd met onze gunstige informaties zou rekening houden.

4. De nieuwe minister zal morgen den ambtseed afleggen.

5. Als gij naar mij geluisterd hadt, zou dit niet gebeurd zijn.

6. Hoe jammer dat deze man een gebrek heeft, dat al zijn goede eigenschappen waardeloos maakt.

7. Toen hij fortuin gemaakt had, keek hij zijn oude vrienden over den schouder aan.

8. Na weinige dagen kende de acteur zijn rol.

9. Om vooruit te komen zijn eigenschappen noodig, die uw

beschermeling mist.

10. De arme journalist bleef onbekend bij de hoofden van

zijn partij.

Lección diez y seis.

Uso de los tiempos.

a. Los Tiempos del Indicativo.

1. El Presente puede empleaise como en holandés

a. en lugar del pretérito, v. gr.:

No bien penetré en su aposento, cuando se adelanta hacia ml, me estrecha entre sus brazos, llamandome su libertador, etc.

Quïtase Robinson la mascara que trae puesta (dat hij aanheeft, draagt), y mira al salvaje con semblante (gelaat) afable y humano; y entonces, éste, deponiendo todo recelo (vrees, angst), corre liacia su bienhechor, humillase, besa la tierra, le torna un pie y lo pone sobre su propio cuello, como para prometer que sera su esclavo.

Sluiten