Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Desooncurtar, V. Conoertiu-,

Desempedrar, V. Empedrar.

Desenoerrar, V. Cerrar.

Dosenterrar, V. Aterrar.

Deshelar, V. Helar.

Desherrar, V. Herrar.

Deamembrar, verdeel en, verminken.

Desplegar, V. Plegar.

Despertar (6 dispertar), wekken.

Desterrar, V. attcrrar.

Dezmar *), (ó diezmar, R.), de kerkelijke tienden betalen; de bevolking dunnen (ziekte, oorlog, enz.).

Empedrar, plaveien.

desempedrar, opbreken (het plaveisel).

Empezar, beginnen.

Enoerrar, V. oerrar.

Enoomendar, aanbevelen.

reeomendar, aanbevelen.

Enhestar (o inhastar), oprichten, op de been brengen.

Ensangrentar, met bloed bevlekken.

Enterrar. V. aterrar.

Errar, dwalen.

Esoarmentar, streng straffen, met schade en schande wijs worden.

Eatregar, wrijven.

restregar, sterk wryven.

Fregar, wrijven, schuren.

refregar, wrijven (twee voorwerpen tegen elkaar).

Sembrar, zaaien.

resembrar, opnieuw bezaaien. sobresembrar, nazaaien.

Sementar, zaaien, bezaaien.

Sentar **), zetten ; zitten of staan (v.e. kleedingstuk).

asentarse, gaan zitten.

desasentar, mishagen, rni\. opstaan. Serrar, zagen.

aeei-rar, stuk zagen.

Sosegar, geruststellen, rusten.

desasosegar, verontrusten. Soterrar, V. Aterrar.

Temblar, beven.

retembliir, weer beginnen te beven. Tentar ***), betasten, beproeven, op de proef stellen, trachten te verleiden. atentar, op den tast gaan. desatentar, iemands hoofd in de

war brengen.

destentar, de verzoeking doen overwinnen.

retentar, dreigen terug te komen (ziekte, ramp, enz.).

Trasegar, overgieten.

Tropezar, struikelen, met den voet

tegen iets aanstooten.

Ventar, waaien.

aventar, luchten, wegjagen, refl.

zich wegmaken.

desventar, de lucht laten ontsnappen.

reaventar, opnieuw luchten.

*) Anticuado y en deeuso. Hoy diezmar.

**) Presentar, R. (in iemands tegenwoordigheid brengen) es derivado de presente.

***) Contentar (bevredigen), detentar (dreigen met een nieuwen aanval, wederrechtelijk in bezit houden), intentar (voornemens zijn) y atantar, cuandu aigDifica een aanslag doen of beramen, son regulares.

Sluiten