Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Desacordar, V. Aoordar. overeenstemmen.

Desaprobar, V. Probar. disonar, valsch klinken, een wan-

Descolgar, V. Colgar. klank rormen.

Desoollar, uitmunten, overtreffen. malsonar, kwalijk klinken, ver-

Desconsolar, V. Consolar. dacht klinken.

Desoontar, V. Contar. resonar, weerklinken.

Desoornar, de horens breken. Soiïar, droonien.

Desengrosar, V. Engrosar. trasoöar, mijmeren, droomen (fig).

Desflocar (= desplegar), ontplooien. Tostar, roosteren, branden (koffie).

Desolar, verwoesten. ï-etostar, op nieuw branden.

Desovar, kuit schieten. Trascolar, V. Colar.

Despoblar, V. Poblar. Trascordarse, V. Acordarse.

Destrocar, V. Trocar. Trasoiïar, V, Soiïar.

Devergonzarse, V. Avergonzar. Trooar, ruilen, verwisselen.

Disoordar, V. Aourdar. destrocar, een ruil ongedaan maken.

Disonar, V. Sonar. trastrocar, misplaatsen.

Emporcar, vuil maken. Tronar *), donderen.

Enolooarae, V. Clooar. atronar, donderen, een geluid maken

Enoobar(se), op de eieren gaan zitten. als dat van den donder, kuisten. Encoolarae = enclooarse, V. Clocar. retronar, in de verte weerklinken

Enoontrar, ontmoeten, vinden. (v. d. donder).

Enoorar, met leer bekleeden. Yolar, vliegen.

encorarse, zich sluiten (v.e. wond), revolar, terugvliegen.

genezen. trasvolar, overvliegen.

Enoordar, V. aoordar. Volcar, omvallen, omverstorten, om-

Encovar, in den kelder bergen. verwerpen.

revoloarae, zich wentelen.

2a Conjugación.

Absolver, vrijspreken. Toroer, wringen.

Cucer, bakken, koken. oontorcerse, weg krimpen (van de

escooer, jeuken. pijn).

recooor, op nieuw koken. destoreer, het gewrongene weer

Morder, bijten. loslaten.

remorder, kwellen (t\ h. geweten, retoroer, verwringen, op nieuw

een ongerustheid, enz.). wringen.

*) Entronar, op den troon plaatsen, y destronar, onttronen, que 30n oompuestos de trono, troon, son regulares.

Sluiten