Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lige steden Mekka en Medina in groot aanzien stonden. De laatste stad verjoeg daarom in 683 haren Omeijadischen stadhouder, terwijl ook Mekka, waar onder de bescherming van den heiligen Ka'ba, Abdollah de zoon van Zobeir en anderen voor hunne eerzuchtige doeleinden werkzaam waren, oproerig was. Jezid liet aan Medina geduchte wraak oefenen en zijn leger was reeds voor Mekka aangekomen , toen de dood hem verraste.

Nauwelijks hadden de Kharidjieten van Kufa en Jemama gehoord, dat de ongeloovige khalief niet schroomde het gebied der heilige steden door oorlog te ontheiligen, of zij besloten zich op te maken en zich ter beschikking van Abdollah te stellen '). Gemis aan behoorlijke leiding had tot nog toe de verwezenlijking hunner plannen in den 'weg gestaan. Bleek hij de man te zijn, dien zij wenschten, dan zou het voortaan met die heerschappij van lichtzinnigen en ongeloovigen gedaan zijn. Doch ook thans wachtte hen teleurstelling. Abdollah was wel met hunne komst ingenomen, want zelfs de hulp van Turken en Deilemieten wilde hij niet versmaden , maar het was alleen eerzucht die hem dreef. Ondertusschen was het leger van Jezid onverrichter zake teruggekeerd, want er waren twisten ontstaan over de troonsopvolging en er heerschte tijdelijk geheele anarchie. De hoofdreden van hunne komst was dus weggevallen en de Kharidjieten bemerkten spoedig, dat Abdollah hun man niet was. Zij trokken dus weder af met het stellig voornemen om zelf te beproeven, wat zij vermochten. Een der hunnen Nafi

1) Kamil p. 608.

2) Kamil p. 609.

Sluiten