Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ibno-'l-Azraq werd tot khalief verkozen en onder zijne leiding maakten zij zich meester van het platte land bij Kufa.

Hun programma was kort en eenvoudig'). Slechts den religieusen band erkenden zij, maar om de schijn-Moslims buiten te sluiten beweerden zij, dat hij alleen als geloovige kon worden aangemerkt, die de geboden van den Islam stipt in acht nam. Alle overigen, zij mochten Moslims heeten of niet, mannen zoowel als vrouwen en kleine kinderen waren ongeloovigen en bijgevolg voor eeuwig verdoemd. Maar dit niet alleen; waren zij ongeloovigen, dan was het gebod van den heiligen krijg 0>lp.) ook op hen toepasselijk, ja zelfs op hunne geestverwanten de Stdlzitters, die immers juist dit gebod veronachtzaamden. Ziedaar de leer der Azraqieten of echte Kharidjieten, waaraan nog moet worden toegevoegd, dat zij haar zonder voorbehoud en zonder aarzeling hebben toegepast.

Men begrijpt echter licht, dat eene dergelijke hardheid zelfs velen hunner geestverwanten moest afschrikken. De Kharidjieten uit Jemama, bekend onder den naam van Nadjadat, naar hun aanvoerder Nadjda ibn-Amir, gingen hun eigen weg *). Weldra ontstonden nog drie andere partijen: de Ibadhija3), de Qofrijah 4) en de Baihasija 5). Zij weken onderling omtrent verschillende punten der geloofsleer af, inzonderheid omtrent de juiste bepaling van hen, die men als ongeloovigen had te beschouwen, waaromtrent allen gematigder waren dan de Azraqieten. Zij geraakten

1) Vg. hierbij Shahr. 90 H. I. 135.

2) Shahr. 91. H. I, 136. K&mil 611. TVg.

8) Ibid 100-101. H. I, 151—152.

4j Ibid 102. H. I, 1154—155.

5) Ibid 93. H. I, 139 vvg.

Sluiten