Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter weldra in de macht der casuïstiek, welke steeds gebleken is voor de zedelijkheid allerverderfelijkst te zijn. Toch trof vóór ongeveer eene eeuw de bekende Niebiikr te Maskat nog aanhangers aan van de oude secte der Ibadhijah, die zich kenmerkten door eenvoudigheid van kleeding en matigheid van levenswijze en, wat altijd het kenmerk der Kharidjieten geweest is, door eene echt democratische gezindheid ').

Het slechtst van allen waren de Stilzitters er aan toe. Zij moesten onophoudelijk de smaadredenen hunner revolutionnaire geestverwanten aanhooren. Hunne beginselen verboden hen met dezen mede te gaan; zich aansluiten aan de partij van orde, toen in die streken gerepraesenteerd door Abdollah ibn-Zobeir, konden zij evenmin.

Een hunner dichters verontschuldigde zich daarom bij Qatari ibno-'l-Fodjaah 2), den toenmaligen khalief der Azraqieten op de volgende wijze:

Mijne zwakke dochters doen mij aan het leven grooter waarde hechten.

Ik vrees, dat zij, als ik er niet meer zijn zal, armoede zullen lijden en troebel water drinken na het heldere;

dat zij slecht gekleed zullen zijn, als andere meisjes kleeren hebben, en dat haar onaanzienlijk voorkomen de menschen zal afstooten.

Was het niet hierom, — ik had mijn veulen reeds tot den aanval aangezet, wetende dat de zwakken in God een voldoend helper hebben.

Hoe weinig deze taal bijval vond moge blijken uit de woorden, waarmede de ons reeds bekende Imranibn-Hittan daarop antwoordde:

1) Betchrijving van Arabië pg. 20. Reize naar Arab. II, 79 (Holl. vert.)

2) Zie zijo gedicht: Hamasah pg. 4:.

Sluiten