Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij zich voortaan in eene geheel andere richting zou ontwikkelen. Men lette slechts op de personen der kbaliefen. De een was veroveraar, de ander bevorderde kunst en wetenschap, gene leefde alleen voor zijn genoegen, soms stond een enkele op, zooals Omar II '), die ook het godsdienstig ideaal weder zocht te verwezenlijken. En gelijk de heerschers was ook het volk. De twisten tusschen de verschillende stammen, waaraan door den Islam een einde moest gemaakt worden, braken met nieuwe woede uit. De beschaving was geheel wereldsch, de maatschappij vertoonde in het geheel geen kerkelijk karakter. Wel vond men nog oprecht vrome Moslims, maar hunne vroomheid was eene geheel persoonlijke zaak. Men geloofde aan eene toekomstige wereld, maar men wenschte daarvoor de tegenwoordige niet te vergeten. In overeenstemming met deze onkerkelijke levensbeschouwing was men verdraagzaam jegens ongeloovigen. Christenen betraden ongehinderd in Damascus, de toenmalige residentie, den drempel der moskeeën; de bekende kerkvader Joannes Damascenus was aan het hof van Abdo-l-Malik zeer gezien J).

Inmiddels hadden de Kharidjieten eene vraag opgeworpen, die noodzakelijk beantwoord moest worden. Wie is in waarheid geloovig en diensvolgens het eeuwig heil deelachtig? Deze kwestie kon inderdaad geacht worden voor de Moslims eene levenskwestie te zijn. De meerderheid had duidelijk getoond, dat zij van het antwoord door

1) Vg. omtrent diens verhouding tot de Kharidjieten: Kitabo-'l-Oyün ed

de Goeje pg. 41 vgg.

2; Kremer: CuUurgeschichUtche Streifziige auf dem Gebiete des Islums pg. 3. en de daar aangehaalde schrijvers.

Sluiten