Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hechten de Djahmijah, die tot de eerste klasse behooren weinig gewicht aan de „twee woorden" of aan de aflegging der Mohammedaadsche belijdenis. Doch men onderscheide hen wel van de eigenlijke Mordjieten, want het geloof is hij Djahm geene gezindheid, maar eene verstandelijke overtuiging, die zoowel het gelooven als het uitspreken en het handelen omvat. Die verstandelijke overtuiging is één en ondeelbaar; men heeft haar of men heeft haar niet; de profeten hebben wat dit aangaat niets op de geloovigen vooruit').

De Karramijah zoo genoemd naar Mohammed ibn-Karram, die in het begin der derde eeuw van de Hidjra leefde en in Khorasan vele aanhangers vond is eene bemiddelende secte, eene poging om het bijgeloof des volks in een eenigszins wijsgeerigen vorm te kleeden. Ook op hare meeningen komen wij in het vervolg herhaaldelijk terug. ibn-Hazm brengt haar tot de tweede klasse der Mordjieten, hetgeen onze verwachtingen niet hoog gespannen doet zijn, want eene verstandelijke overtuiging moge weinig zijn, een bloot uitwendig geloof is nog veel minder. Doch deze lieden hadden eene afwijkende opvatting van het doel der dogmatiek, zoodat zij bij de bepaling, wie geloovig en wie ongeloovig moet geacht worden, de werkelijkheid raadpleegden en vonden, dat iedereen, die de Mohammedaansche belijdenis had afgelegd voor Moslim gehouden werd. Zij voegden daarom er aan toe, dat deze uitspraak bloot den toestand hier op aarde betrof, maar niet mocht uitgestrekt worden tot het leven hier namaals 2).

1) Shahr. 61. H. I, 91.

2) Shahr. 80. H. I, 119.

Sluiten