is toegevoegd aan uw favorieten.

De strijd over het dogma in den Islâm tot op el-Ashʹari

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De meeningen wankelden dus nog steeds tussclien een inwendig en een uitwendig geloof. Op de bepaling tusschen de verhouding van deze twee kwam het aan. Hooren wij daarom ten slotte de bepaling van el-Ash ari, die door ibn-Hazm tot de eerste klasse der Mordjieten gebracht wordt, doch men moet in het oog houden, dat hij juist omtrent de Ash'arieten de minst juiste voorstelling heeft. Werkelijk legt el-Ash'ari (of zijne volgelingen) nadruk op de inwendige overtuiging aangaande het bestaan van een éénig God en de waarheid van Mohammed's zending. Die deze heeft is Moslim, hoe weinig overigens zijne handelingen met de voorschriften van Qoran en traditie overeenstemmen , onverschillig welke meeningen hij koestert w at aangaat de predestinatie, de goddelijke attributen enz. Dat hij de uitwendige belijdenis onnoodig zou geacht hebben, komt mij onwaarschijnlijk voor, zij lag in zijne oogen ongetwijfeld in het hebben der overtuiging opgesloten. Ten aanzien van de eschatologie leerde hij verder, dat ieder Moslim ten slotte in het paradijs zou komen door Gods genade en de voorbede des profeten1), maar aan den anderen kant zouden te voren zijne goede daden tegen de slechte moeten worden afgewogen en maakte het overwicht der laatste een langer of korter verblijf in de hel noodzakelijk. Ziehier de echt-kerkelijke opvatting, aan deneenen kant groote ruimte gelaten, ketters, misdadigers zijn allen leden der kerk of kunnen dit zijn, terwijl de zedelijke eisch toch gehandhaafd blijft en de goede daden, zoowel als de slechte eene overeenkomstige straf of belooning zullen vinden.

1) Shahr. 73. H. I, 109.