Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij niet kan volbrengen. Derhalve - en dit is het wat ik hier wil bewijzen -, de mannen van den vrijen wil waren op hun standpunt volkomen in hun recht. Maar, gelijk ik ook reeds heb doen uitkomen, de grondidee van den Islam, Gods volstrekte almacht, drijft den spot met alle zedelijke bezwaren en de MotazeHeten moesten derhalve een' tweeden veel gevaarlijker stap doen en met den Islam breken, door de almacht te laten varen en Gods gerechtigheid (JOui) op den voorgrond te stellen. Keeds Wfcjil ibn-Ata gevoelde dit en heeft de grondidee van de MotazeHeten in deze woorden terug gegeven: God is wijs en rechtvaardig, men mag met Hem geen kwaad noch ongerechtigheid in eenige verbinding stellen. De meest karakteristieke en ook dikwijls gebezigde uitdrukking om aan te duiden, dat iemand den vrijen wil leert is dus deze: hij verdedigde de gerechtigheid J'is).

De vrije wil werd derhalve voor den Islam eene levenskwestie; het gold to be or not to be. Doch om reeds genoemde redenen, moet ik de behandeling der kwestie zóó fundamenteel opgevat, uitstellen tot het laatste hoofdstuk. Geheel kan ik er hier echter niet over zwijgen, doch thans keer ik terug tot het onderwerp, dat ik hier

te bespreken heb.

Wij zouden ons geheel vergist moeten hebben in de kenschetsing der periode, die na den val der Kharidjieten voor den Isl4m begint, zoo niet de leer van den vrijen wil grooten bijval had gevonden. Doch voorzoover wij kunnen nagaan is zij werkelijk door velen omhelsd. Niet alleen vond zij bij vele Mordjieten ■) weerklank en bij

l) Shahr. 108. H. 1, 163.

Sluiten