Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, welke houding hij tegenover de twee groote religieuse partijen aannam, want hoewel wij overtuigd zijn, dat nooit de wereldlijke macht in staat zal zijn, om op den duur aan eene geestelijke macht de zege te verzekeren of te betwisten , het is niet minder waar, dat zij die kan verhaasten of belemmeren. De orthodoxen hadden ongetwijfeld het recht om van het geestelijk opperhoofd der kerk te vorderen, dat hij hunne belangen voorstond, het orthodoxe dogma handhaafde en de ketterijen uitroeide. Maar hoe was het Manuur mogelijk, gesteld dat zijne sympathie aan dezen kant was, aan zulke eischen te voldoen? Hadden de orthodoxen blijken gegeven, dat zij de heerschappij der geweldenaars (de Omeyaden) verfoeiden en vreugde betoond toen, volgens de woorden van Abu-'l-Abbas, de boog weer werd gehanteerd door hem, die hem gehouwen had, m. a. w. toen de regeering weer aan de rechtmatige heerschers was gekomen ? De houding van den grooten orthodoxen voorganger in Arabie, Malik gaf daarvan geene blijken '). Was het niet veeleer de Perzische partij, waren het niet de Shiïeten, waaraan de Abbasiden alles te danken hadden? Mochten zij niet op een weinig dankbaarheid rekenen en van Manuur vorderen, dat hij nu ook hunne leer zou voorstaan en althans toestaan, dat men hem aansprak met „onze Heer" of „God." Maar Manuur vroeg niet, wat de plicht der dankbaarheid van hem scheen te vorderen, hij vroeg alleen, wat eischt de politiek en hij kon dit doen, omdat bij zelf omtrent den godsdienst vrij onverschillig was. Manijur was een verlicht man ') en

1) Weil Gesch. d. Chalif. II, 43.

ij Wel te verstaan, voor zijnen tijd, want hij hechtte groote waarde aan de voorspellingen van astrologen.

Sluiten