Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienst zoekt door den kalam wordt een zindiq, evenals hij die door de alchymie goud zoekt, arm wordt. Niet minder scherp is het volgende drieregelige versje :

Laat hem loopen, die den kalam leidt, geen vrome houdt zich daarmede op.

Het begin van elke secte is fraai, later komen hare volgelingen tot slechte dingen.

Het beste wat men er nog van zeggen kan is, dat aan hun

woordenrijkdom geen einde komt.

Hooren wij ten slotte ibn-Qoteiba zelf. In den bloei mijner jeugd, zegt hij, wilde ik in elke wetenschap een aanknoopingspunt hebben en wat beteekenen, ik heb dan ook hunne vergaderingen bijgewoond, doch mij in hen bedrogen. Steeds had ik goeden moed, dat ik er nog wel iets goeds van zou meenemen, terwijl ik bevond, dat zij allerlei godslasterlijke zaken zeiden en slechts daarvoor zorgden, dat zij altijd het laatste woord hielden, want nooit gaf zich iemand gewonnen. Maar dit daargelaten , waartoe heeft de beoefening van den kalam anders geleid dan tot altijd toenemend onderling verschil en steeds grooter wordende afwijking van de waarheid? Waarom de mannen der overlevering verlaten en zich wenden tot die van den kalam, terwijl wij bij de eersten • overeenstemming, orde, gemeenschap, gelijkgezindheid, bij de laatsten verdeeldheid, scheiding, eenzaamheid en verschil vinden? ') el-Nattham toch bestrijdt abu-'l-Hodheil, tegen beiden verzet zich el-Naddjar; alle drie worden weersproken door Hisham ibno-'l-Hakam. Kwam op het gebied des geloofs werkelijk dat gezag aan de logica toe, hetwelk deze lieden er aan toekennen, zij moest dan hier, zooals in

1) Cod. Lugd. f. 76.

Sluiten