Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dja'di" genoemd werd, ook tegen dit dogma op, bewerende dat de Qoran wel degelijk geschapen was '). Deze ketterij was in het oog der latere schrijvers zoo onvergefelijk, dat zij niet door een Moslim het eerst kon geleerd zijn. Niemand anders dan de infame Jood Lebid, die den profeet had willen betooveren ®) was de auteur; men wist zelfs de mannen te noemen, die haar achtereenvolgens hadden voorgestaan en eindelijk aan el-Dja'd medegedeeld 5). Hoe dit echter geweest moge zijn, de arme el-Dja'd moest de rekening betalen; hij werd door den overigens zelf lang niet rechtzinnigen stadhouder van Iraq Khaled ibn-Abdollah elQasri op bevel van Hisham wegens zijne ketterij — in majorem Dei gloriam — gedood *).

Ongelukkig bleek dit vruchteloos te zijn althans wanneer men meende daarmede de ketterij voor goed te hebben uitgeroeid, want de reeds meermalen genoemde Djahm ibn-Qafwan, het hoofd van de secte naar hem genoemd, nam haar over5) en verdedigde haar, wat ons van el-Dja'd niet vermeld wordt, met enkele argumenten. Men heeft tot nog toe weinig aandacht geschonken aan de Djahmijah, maar toch komt hun ongetwijfeld groote beteekenis toe r'), wanneer wij althans mogen aannemen, dat alles watShahrestani mededeelt, aangaande het gevoelen van Djahm, werkelijk aan hem en niet aan zijne latere leerlingen behoort te worden toegekend. Dan toch komt aan hem de

1) Vg. ibn-Nobata: Comm. op ibn-Zeiddn Cod. Lugd. 817. f. 147.

2) Vg. Weil: Mohammed der Prophel. pg. 94.

3) Ibno-'l-Athir VII pg. 49.

4) Vg. o. a. ook Fihrist bij Fluegel 1.1. pg. 77—78 en diens Aanteeken.

408—412.

6) Shahr. pg. 81. H. I, 92.

6) Vg. Makrizi: Khitat II, 356.

Sluiten