Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juist de man naar om zich vroolijk te maken over de dwaasheden zijner tijdgenooten, hunne gebreken in het licht te stellen en hunne vooroordeelen te bestrijden. Zoo verwonderde hij er zich ten sterkste over, dat de gewoonte om den harem te laten bewaken door eunuchen afkomstig was van de Grieken, die zich als Christenen beroemden op hunne zachtmoedigheid en menschenliefde. Vervolgens waren het de traditionarii, die door hem werden bespot, wanneer zij bijv. vertelden, dat de zwarte steen in Mekka oorspronkelijk wit was geweest, maar door de aanraking der afgodendienaars zwart was geworden. Vreemd, zeide hij, dat de kussen van zoovele geloovigen hem dan niet weder wit hebben doen worden '). Zóó vond hij het ook ongerijmd, dat de Shiieten voortdurend bleven beweren, dat Ali een goddelijk recht op het khalifaat gehad had, waartegenover dan de orthodoxen het goed recht der Omeyaden stelden, hetgeen natuurlijk tot eindelooze discussiën aanleiding gaf, waarmede men geen stap verder kwam. Om dit geharrewar eens voor goed aan de kaak te stellen, schreef hij daarom eerst een boek, waarin hij de Abbasiden verdedigde, maar liet daarop een ander volgen, waarin met kracht betoogd werd dat Othman en de Omeyaden gelijk gehad hadden l). Maar karakteristiek voor zijne religieuse denkwijze is vooral dit, dat hij een boek schreef , ter verdediging, zooals het heette, van den Islam tegen de Christenen, dat zóó was aangelegd, dat eerst een Christen sprekend werd ingevoerd, die zijn eigen godsdienst verdedigde en ondertusschen allerlei aanmerkingen op den Islam maakte, maar in plaats van daarna zijn eigen gods-

1) Ibn-Qot. Cod. Lugd. f. 74. 2) Ibid 73. Mas'fldi VI. pg. 55 vvg.

Sluiten