Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

HET GODSBEGRIP.

Wij verlaten thans het woelig tooneel der wereldgeschiedenis, zooals dat aan het hof der khaliefen en in groote politieke beroeringen werd afgespeeld, om de scholen der Motakallims binnen te treden. Thans hebben wij niet te doen met mannen als el-Nattham, die het leven van den vroolijken kant opvatten, of met geestige spotters als el-Djaliith, ook niet met personen als Amr ibn-Obeid, die een werkzaam aandeel namen in groote politieke omkeeringen, maar met droge geleerden als abu-'l-Hodheil, Bishr ibno-'l-Mo'tamir en bovenal met abu-Hashim den grootsten der Motakallims.

De tijden waren veranderd; niet langer waren de Motazelieten aan het hof de meest geziene partij; het volk, reeds van den aanvang af wantrouwend jegens hen, vreesde hen niet meer. Zij moesten zich thans met eene meer bescheidene — voegen wij het er dadelijk aan toe —, meer passende rol vergenoegen. Grondde zich hun aanzien voornamelijk op hunne wetenschap, dan was ook ongetwijfeld de school de hun aangewezen werkplaats. Zij trekken

Sluiten