Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buten, maar moet eene éénheid zijn. Waarin zij die éénheid zochten heb ik reeds gezegd nl. in Gods gerechtigheid. Het eigenlijke wezen Gods bestaat in volstrekte rechtvaardigheid. God is wijs en rechtvaardig; men mag met Hem geen kwaad in verbinding brengen, had Wè$il ibn-Ata reeds gezegd en dit hebben alle Motazelieten na hem herhaald. Eeeds zagen wij hoe met deze grondstelling de loochening der predestinatie samenhing. Ook gaan wij hier niet na, hoe zij deze beperking der goddelijke almacht hebben zoeken te verdedigen, omdat ik den lezer daarvoor mag verwijzen, naar hetgeen Dr. Frankl dienaangaande heeft medegedeeld '). Het zij voldoende op te merken, dat zij zich door deze tegenwerping niet van hun doel hebben laten afbrengen. Het kost hun blijkbaar minder moeite de almacht prijs te geven, dan de gerechtigheid. Ook staan wij niet stil bij de argumenten door hen voor hun gevoelen uit den Qoran bijgebracht, want dit konden ook in hunne oogen slechts bijkomende bewijzen voor hunne stelling zijn. Maar wij vragen eene nadere bepaling dier gerechtigheid Gods, opdat wij weten of het hun daarmede ten volle ernst was. Ook de orthodoxen gaven toe, dat God rechtvaardig was, maar zij beweerden tevens, dat Hem alles toebehoort, zoodat niemand iets van Hem vorderen kan en het gruwelijkste onrecht door den mensch geleden nog als recht moet beschouwd worden, omdat Hij het deed. Laat ons dus hooren!

God, zegt el-Nattham is de hoogste Goedheid, die zijnen

> »■ o S

dienaren geeft, wat hun het meest nuttig (gï»ot) ia1). Hij

1) Sitzungsberichte der K. Acad. der Wis*. 1872. pg. (80 vvg.

2) Shahr. 37 H. I, 54. In het volgende voeg ik samen, wat de verschillende Motazelieten aangaande dit punt geleerd hebben. Vg. daarbij Maw&q 149 vvg. Shahr. 55. vvg. H. I, 82.

Sluiten